Menu
Follow @Klimaatzuster

Interviewserie

26 april 2018
Door Klimaatzuster

Voor de jaarlijkse landelijke klimaatactie Warmetruiendag (2018) maakte ik een serie interviews over energiebesparing en de klimaatspagaat. De interviews met de voorzitter van het SER Energieakkoord Ed Nijpels, professor Steg, dr. Mandy de Wilde, dr. Lenneke Kuijer, Babette Porcelijn, Lawrence Cheuk, Evelien Verkerk en Renske de Greef vind je op de website van Warmetruiendag

Lees hieronder mijn interview met Renske de Greef:

Ik heb soms héél veel zin in strenge regels van bovenaf

Renske de Greef, schrijfster, tekenaar en columnist voor NRC

Renske schreef: Lust (2004), Ja/nee (2005), Seks in Afrika (2005), Was alles maar konijnen (een grillig sprookje over eenzaamheid, contact en verlangen uit 2007), Je ziet nog eens wat, (een portret over de subcultuur van jonge vrijwilligers in Afrika uit 2009) en de apocalyptische opera As, over zombies en verval (2014). Renske de Greef schreef jarenlang columns voor NRC Next. Sinds 2015 tekent Renske haar columns en gidst ze de lezers op vrolijke wijze langs de valkuilen van het moderne leven.

Weet je nog het moment waarop je voor het eerst over klimaatverandering hoorde?

Ik was een bevlogen kind dat panda’s wilde redden enzo. Daar leek toen het milieuprobleem mee opgelost. Maar ik denk dat ik pas door de film An Inconvenient Truth van Al Gore bewust werd van het klimaatprobleem. Ik werkte destijds bij Spunk, het jongerenmagazine op internet, en samen met Jan Hoek werden we als beroepsjongeren -die wel zouden weten hoe je dit verschrikkelijke onderwerp aan jongeren moet verkopen- gevraagd een brug te slaan tussen het klimaatprobleem en middelbare scholieren. We hebben toen het ironisch bedoelde -maar niet altijd zo begrepen- Super Toffe Klimaatboekje geschreven. Zo hadden we een vrolijke klimaatquiz opgenomen met onder andere een keuze tussen iets groens of “lekker naar Spanje vliegen om veel gonorroe op te doen”. 

Dat resulteerde in veel boze ouders die over die genoemde seksueel overdraagbare aandoening struikelden, in plaats van het klimaatprobleem. Die brug slaan tussen het klimaatprobleem en jonge mensen bleek geen makkelijke opgave.

Praat je veel over het klimaat?

Alleen met mensen die er al geïnteresseerd in zijn, zoals een paar goede vrienden. Het is heel fijn om met hen over het klimaat te praten. 

Met hen is een écht gesprek mogelijk waarin je aftast hoe je met het probleem om kunt gaan, ideeën uitwisselt over de oplossingen die je voor jezelf hebt bedacht en kunt bespreken wat je moeilijk vindt in de uitvoering ervan. En welke offers je bereid bent te brengen en wat je grenzen daarbij zijn.

Maar ik weet ook dat er genoeg mensen zijn waarbij ik echt niet over het klimaatprobleem hoef te beginnen. Die dan hun vingers in hun oren stoppen en heel hard de Macarena gaan neurieën. Of die het onderwerp gewoon te saai vinden. Of in een schuldreflex schieten omdat ze zich aangesproken voelen en denken dat ik ze iets verwijt. Eenmaal in de schuldreflex valt er geen normaal klimaatgesprek meer te voeren.

Lig je er wakker van?

Mijn hersenen -en misschien ook wel de hersenen van de mensheid-, zijn niet helemaal in staat om de volle omvang van het klimaatprobleem te begrijpen. De angst die ervan uitgaat is te groot. Er treedt een overlevingsmechanisme in werking waarbij je denkt: “het zal allemaal wel niet zo’n vaart lopen, het gaat allemaal toch al best de goede kant op, we hebben toch de wetenschappers, de mensheid kan toch gewoon iets verzinnen?“

Dat heb je ook nodig. Omdat het alternatief, namelijk om er wakker van te gaan liggen, te erg, te groot en te destructief is voor je leven. Dus wordt je praktisch en een beetje egoïstisch misschien, en denk je: “kom op, morgen is het dinsdag, dan zal de wereld er ook nog wel zijn”.

Welke wissel moet om?

Ik hoop op een breed gedragen mentaliteitsverandering. In combinatie met veel meer regulatie vanuit overheden. Sommige mensen geloven in science fiction-achtige oplossingen. Lieke Marsman beschrijft in haar prachtige roman Het tegenovergestelde van een mens bijvoorbeeld hoe wetenschappers pogen het klimaat te stabiliseren met een netje rond de zon. Zoiets lijkt me heerlijk maar ik durf daar niet op te gaan hopen. Volgens mij is het heel simpel: het kan gewoon niet langer zoals we nu leven. Het hedonisme van altijd maar meer willen moet aan de wilgen. Zet het gezamenlijk belang voorop. Dáár zit de oplossing.

Hoe komen we in de doe-stand?

De vraag is hoe we de knop kunnen omzetten dat mensen een duurzame samenleving ook écht willen. Dat is echt een lastige, want waarom vertikken veel mensen het nu nog om hun impact te verkleinen? Misschien moeten we dieper in de psychologie van de weerzin duiken. Er spelen zoveel dingen mee, angst voor verandering, vrij willen zijn en het verlangen dat alles bij het oude blijft. Ik vind dat soms zelf ook best een geworstel.

Ik heb soms heel veel zin in strenge regels van bovenaf. Dat de overheid zegt: “Nu is het afgelopen, we gaan het nu voor jullie doen want zo schiet het niet op”. Bij wat meer regie zou ik me op dit moment heel erg goed neer kunnen leggen.

Mensen vragen ook wel eens of ik dingen schrijf om te overtuigen, om mensen te bewegen tot ander gedrag. Vragen of ik de ilussie koester dat mensen andere keuzes maken door mijn strips. Ik heb de hoop dat ik mensen die er al een beetje mee bezig zijn, een zetje kan geven. Door mijn eigen route van denken zo helder mogelijk uit te stippelen hoop ik dat mensen op hetzelfde punt uitkomen waar ik nu ben uitgekomen.

Carbon-guilt

Er zijn nu grappige dingen aan de hand. Mensen die totaal niet “klimaatminded” zijn gaan opeens in een Tesla rijden. We snappen ook hoe dat komt, hoe dat werkt in de menselijke geest – Testa’s zijn nou eenmaal een soort batmobiels. Met die kennis kun je meer doen. We zien mensen met een grote ecologische voetafdruk ook steeds meer als “uitstoot-aso’s” en het denken in “carbon guilt” komt op. Broeikasgassen uitstoten gaat de kant op van het roken. De tijd dat je kon pochen dat je voor een ijsje heen en weer naar Malaga bent gevlogen is echt voorbij. Ik merk het ook bij mezelf, ik voel me niet meer goed bij weer een nieuwe telefoon kopen als de oude het nog gewoon doet. De vraag is wel hoe gezellig zo’n schaam-maatschappij is, waar schuld en schaamte voor je milieu-impact een steeds grotere rol gaan spelen. Dan wordt meteen ook mijn andere kant wakker. Ik heb een voorliefde voor de rafelrandjes van de mens. Een groot zwak voor bijvoorbeeld de laatste rokers. Ik voel altijd een soort van symphatie voor de eenzame roker met zijn lekkere gore sigaret. Het is toch ook best jammer als dat helemaal zou verdwijnen. Maar mensen vinden het fijn om zich af te zetten. Ik denk dat ik straks sympathie ga opbrengen voor de laatste vleeseter die rebels “maar ik houd nu eenmaal zoveel van vlees” gromt. Daarom geloof ik uiteindelijk ook in balans: bepaalde zaken weer herkennen als een luxe-product, en daar compleet van genieten: die ene sigaret, die ene keer vliegen, dat ene stukje vlees. Op eetgebied is de maatschappij echt klimaatvriendelijker aan het worden. Vegetariër zijn wordt steeds normaler. De laatste mensen die in mijn omgeving nog vlees eten, eten meestal biologisch vlees en niet te veel. En de Vegetarische Slager wordt helemaal omarmd.

Tot slot, wat is je lievelingstrui en draag je vaak truien?

Deze! Ik heb een konijnen-fetisch. Ik draag hem echt heel vaak en veel. Ook naar zakelijke besprekingen. Ik heb deze trui in een tweedehandswinkel gekocht. Deze trui geeft mij dat ultieme jaren ’80 Wham-Tiroler-ski-kerstgevoel, ik denk de hoofdbanden en sneeuwballen er bij. Ik houd heel erg van de jaren ’80. Maar eigenlijk niet van skieën. Wat klimaattechnisch dan wel weer handig is. Ik houd trouwens wel van het concept sneeuw.

Naar boven